Wijnand Nuijen, Schipbreuk op een rotsachtige kust, ca. 1837, Rijksmuseum Amsterdam.
Woord vooraf
Dit is een lang artikel geworden, eigenlijk zijn het er twee. Ik wilde het zo vlak voor het einde niet nog eens opsplitsen en de opbouw is nodig om het slot te laten landen.
De komende maanden ga ik mijn overvolle bureau opruimen, de Engelse indoctrinatieserie afmaken, nadenken over een nieuw onderwerp en wat rust nemen. In september ben ik er weer. Voor nu wens ik u een fijne zomer en veel leesplezier met deze extra dikke zomeruitgave.
Oh, hadden we maar
We zagen de globalisering aankomen en wij dachten de Silicon Valley van Europa te worden. In plaats daarvan werden we een papierfabriek. Dat is niet te herleiden naar een enkele keuze, maar naar een patroon van besluiten dat Nederland steeds verder in het nauw heeft gedreven. Een patroon dat ook nu, terwijl u dit leest, gewoon doorgaat. Want we hadden ook andere keuzes kunnen maken.
We hadden kunnen investeren in hoogwaardige technische dienstverlening rond een industriële kern, in plaats van de industrie af te schalen en de vakopleidingen zo te theoretiseren dat er geen vakmensen meer uit komen. We hadden onderwijs kunnen bouwen dat kennis overdraagt en zelfstandig denken bevordert, in plaats van het op te offeren aan uitkomstengelijkheid. We hadden op zorg, energie, post en vervoer eigen regie kunnen houden, in plaats van te privatiseren en er een woud van regels en toezichthouders omheen te bouwen dat duurder is en slechter werkt dan wat het verving. We hadden onze gasbaten kunnen reserveren voor de toekomst en voor de Groningers, in plaats van ze op te maken via de lopende begroting. We hadden kerncentrales kunnen bouwen, in plaats van windmolenparken die stilstaan op zinderende dagen zonder een zuchtje wind. We hadden onze kleine boeren kunnen helpen verduurzamen, in plaats van ze onder hoge concurrentie zelf op te laten draaien voor milieunormen. Juist daaruit kwamen de megastallen voort die nu voor problemen zorgen. En we hadden onze autonomie op asiel, handel, landbouw, visserij en monetair beleid kunnen behouden, in plaats van overal onze handtekening te zetten tot er nauwelijks iets overbleef waar we zelf nog over gaan.
In al deze gevallen was de kennis aanwezig. De risico’s werden uitgesproken door mensen die er werkelijk verstand van hadden en even consequent genegeerd door de leiders die wij hadden gekozen. Want achter elke beslissing lag een luxe overtuiging die zwaarder woog dan de kennis op tafel: we zijn allemaal gelijk, lage beroepen zijn minderwaardig, de markt kan het beter regelen, een eensgezind Europa brengt vrede, groen is altijd beter en ons eten halen we goedkoper en duurzamer uit het buitenland. Het is dus geen pech geweest dat het zo is gelopen. Het is wat er gebeurt wanneer mensen beslissen over complexe zaken die ze niet begrijpen, in de stellige overtuiging dat zij het beste weten wat goed is voor het land.
De vloek van de democratie
Op zee vaart een schip. De kapitein is groter en sterker dan iedereen aan boord, maar hij is slechtziend, hardhorend en heeft niet veel kennis van navigatie. Op het dek vechten de zeelui om het roer. Ze zijn allemaal van mening dat ze het recht hebben om aan het roer te staan, ook al heeft geen van hen de kunst van het navigeren geleerd, kunnen ze geen leermeester aanwijzen en ook niet de periode waarin zij deze kennis verkregen zouden hebben. Sterker nog, ze stellen dat het vak niet geleerd kan worden en dreigen eenieder die het tegendeel beweert aan stukken te hakken.
De zeelui verdringen zich om de kapitein en smeken en bidden hem om het roer aan hen toe te vertrouwen. Als anderen op enig moment de voorkeur krijgen, doden ze de anderen of gooien hen overboord. De kapitein zelf wordt dronken gevoerd en gedrogeerd tot hij niet meer weet wat er gebeurt. Dan nemen de zeelui de macht over en terwijl het schip stuurloos voortvaart, plunderen ze de voorraden van het schip, drinken zich vol en houden een feestmaal. Degene die het beste de kapitein kon misleiden of overmeesteren, wordt geprezen als de grootste en bekwaamste stuurman. De echte stuurman, die de seizoenen kent, de hemel, de wind en de sterren bestudeert, wordt beschimpt en weggezet als nutteloze sterrenkijker.
Dit 2.400 jaar oude verhaal is afkomstig van Plato en komt uit De Republiek boek 6. Plato leefde ten tijde van de val van de eerste democratie, waar Athene ten onder ging omdat het achter elkaar leiders koos die de stad van de ene catastrofe in de andere stortte. De grote, sterke maar slechthorende en slechtziende kapitein zijn wij, de zeelui de politici en de weggehoonde stuurman de werkelijk bekwamen in dit land.
Het idee erachter is dat een democratie niet selecteert op het vermogen om een land te besturen, maar op het vermogen om verkiezingen te winnen. Dat zijn twee verschillende vaardigheden. Besturen vereist kennis van economie, recht, geschiedenis en het vermogen om complexe systemen te doorgronden en op de langere termijn te denken. Maar om verkiezingen te winnen moet je vooral op camera overtuigend overkomen, complexe zaken reduceren tot stevige oneliners en mensen vertellen wat ze willen horen. De verkiezingswinnaar is dan ook zelden degene die het land het best kan besturen. Het is degene met het mooiste verhaal, hoe onwaarschijnlijk de uitvoering ook.
Politici zijn dan ook niet dom. Ze zijn vaak hoogopgeleid, scherpzinnig en welbespraakt. Maar ze worden geselecteerd om stemmen te winnen. Ze projecteren autoriteit waar ze geen kennis hebben en bieden simpele oplossingen voor problemen die ze niet doorgronden. Bovenal weten ze niet wat ze niet weten en dat maakt ze volgens Plato het gevaarlijkste type leider dat een samenleving kan voortbrengen: niet kwaadaardig, maar onbekwaam met de overtuiging dat zij het beter weten.
Precies dat type leider, zo waarschuwt Plato, voert een democratie naar tirannie. Slechte besluiten stapelen zich op en opeenvolgende crises putten het volk uit. Op dat moment stapt een sterke man naar voren die belooft de orde te herstellen. Het volk geeft moe van de chaos vrijwillig de macht uit handen en daarmee de vrijheid die het onder de democratie kende.
De boot die Nederland heet
In de afgelopen vijfendertig jaar hebben de partijen VVD, CDA, PvdA, D66, ChristenUnie en de PVV in wisselende coalities de koers voor Nederland bepaald. In die periode zijn we volledig stuurloos geraakt en op de rotsen gelopen waar opeenvolgende crises nu als golven over ons heen slaan.
Het kabinet Lubbers III legde begin jaren ‘90 de fundamenten. Onder Nederlands voorzitterschap werd in 1992 het Verdrag van Maastricht getekend, waarmee we met een pennenstreek onze autonomie op asiel, handel, landbouw, visserij en monetair beleid opgaven. Ook voerden zij de basisvorming in, wat het startpunt bleek van de onherstelbare beschadiging van ons onderwijs. Onder de Paarse kabinetten werden in de jaren ’90 onze post, telefonie, openbaar vervoer en energie geprivatiseerd, het onderwijs verder uitgekleed en de euro ingevoerd. Onder de Balkenende-kabinetten werd marktwerking in de zorg ingevoerd, werd de per referendum afgewezen Europese grondwet via het Verdrag van Lissabon alsnog door de achterdeur binnengeschoven en de kredietcrisis afgekocht door zwaar op de schatkist te leunen. En onder de Rutte kabinetten is vervolgens jarenlang ongekend bezuinigd zonder structureel te hervormen, kreeg het onderwijs met de introductie van inclusief onderwijs de nekslag, werden veel rijkstaken zonder extra geld gedecentraliseerd naar gemeenten en het Groninger gasveld gesloten. Bij elk van deze besluiten is uitvoerig gewaarschuwd voor de risico’s. Tezamen hebben ze ertoe geleid dat Nederland onbestuurbaar is geraakt, veel overheidsinstellingen onder niveau functioneren en wij daar allemaal de gevolgen van dragen.
Met name de Rutte-kabinetten zijn veelzeggend voor waar we nu staan. Rutte is de langst zittende premier ooit, maar bijna een kwart van zijn regeerperiode regeerde hij demissionair. Juist in die periodes vielen de besluiten met de zwaarste gevolgen zoals het via een noodwet invoeren van een avondklok. Rutte III viel begin 2021 over de kinderopvangtoeslagaffaire, regeerde daarna 360 dagen zonder mandaat door, om vervolgens met exact dezelfde coalitiepartijen terug te keren als Rutte IV.
Rutte IV regeerde vervolgens anderhalf jaar, viel over asiel en regeerde daarna 361 dagen door. In die periode werd de Spreidingswet er demissionair doorheen geloodst en tekende Rutte persoonlijk een veiligheidsovereenkomst die Nederland verplicht voor tien jaar militaire steun aan Oekraïne te leveren, vlak voordat hij naar de NAVO vertrok om daar de nieuwe secretaris-generaal te worden.
De zeelui van Plato vechten om het roer, maar wie er ook overboord gaat, het roer laten ze nooit los. Dat zien we terug in de selectie van onze roergangers die in toenemende mate geen kennis en ervaring hebben van het departement dat ze besturen. Neem bijvoorbeeld Hugo de Jonge die als oud basisschoolleraar in Rutte III werd aangesteld om de Coronacrisis in goede banen te leiden, diezelfde crisis waar nu openbare verhoren over plaatsvinden. Toen dat volledig was mislukt mocht hij onder Rutte IV als minister van Volkshuisvesting de wooncrisis aanpakken. Ook niet gelukt. Of Sigrid Kaag die als Arabiste met een diplomatieke achtergrond minister van Financiën werd en onder wiens leiding de begrotingstekorten en staatsschuld naar nieuwe hoogten stegen.1 Of Dilan Yesilgöz, die nu de vijfde minister van Defensie op rij is zonder enige defensieachtergrond, nadat zij in het vorige kabinet al een onbekwame minister van Justitie was.
Van een piloot eisen we dat die eerst leert vliegen in een simulator voor hij met een passagiersvliegtuig de lucht in mag. Een chirurg moet eerst leren snijden op kadavers, voor hij een mens mag opereren. Zelf een kapster leert eerst knippen op een pop voor zij aan uw haren mag komen. Maar wie een ministerie bestuurt, wie beslist over uw belastinggeld, uw veiligheid, uw zorg, uw huis en uw toekomst, hoeft van dat alles geen kennis te hebben. Daar geldt alleen de kennis om op een verkiesbare plek terecht te komen, wat veel meer draait om profilering, partijdiscipline en aanwezigheid bij netwerkborrels.
Toch bepaalt uiteindelijk de kapitein wie aan het roer staat en die kapitein zijn wij. Wij kiezen elke vier jaar dezelfde roergangers en zijn vervolgens verbitterd dat er niets verandert. Neem bijvoorbeeld de VVD, die al 32 jaar op één kabinet na steevast onderdeel uitmaakt van de coalitie. Elke campagne beloven zij minder overheid, lagere lasten en strenger asielbeleid. Elke regeerperiode hebben ze exact het tegenovergestelde geleverd. Er is geen andere partij die zoveel kiezersbedrog heeft gepleegd als de VVD, die bij de laatste verkiezingen nog altijd 22 zetels verkreeg, ‘want waar moet fatsoenlijk rechts anders op stemmen?’
Of de PVV, die na de blamage van Schoof-I waar ze zelf evenveel aan de puinhopen hebben bijgedragen, nog steeds 26 zetels kreeg, ‘want welke partij gaat anders de asielinstroom indammen?’ Of D66, die de grootste partij werd na de duurste verkiezingscampagne ooit. Een campagne gevoerd op basis van beloftes waarvan op voorhand overduidelijk was dat ze nooit zouden worden ingelost ‘maar het klonk zo mooi.’ Of het CDA, dat een inhoudsloze campagne voer op fatsoen en daarmee kon opklimmen naar 18 zetels. Of PvdA-GroenLinks die hun compleet onrealistische campagne omhulde met populaire slogans, twintig zetels.
De realiteit is dat we niet kiezen voor deskundigheid en ervaring. We kiezen voor wie ons met gladde praatjes het beste weet te bedwelmen. De kapitein die Nederland heet is laveloos.
De prijs van comfort
‘Western life is too peaceful, it makes them scared for all kinds of nonsense’
Sergei Lukyanenko, The Last Watch
Sinds de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw leven wij al drie generaties in comfort. We hebben voor elke tegenslag een regeling, of het nu werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, ouderdom, zorg of bijstand betreft, aangevuld met een waaier aan toeslagen voor wie de eindjes anders niet aan elkaar kan knopen. Wat vroeger een gunst was die via familie, kerk, vereniging of buurt moest worden verkregen, is een recht geworden waar eenieder aanspraak op kan maken.
Enerzijds heeft dat ons een enorme sprong in beschaving gegeven. We hoeven niet meer in onze omgeving te bedelen om hulp, maar kunnen met opgeheven hoofd ons recht bij gemeente, UWV of overheid opeisen. Anderzijds is de staat door alles over te nemen tussen ons in gaan staan. De ontzuiling speelde daarbij een belangrijke rol. Waar katholieken, protestanten, socialisten en liberalen tot eind jaren zestig elk hun eigen scholen, kranten, omroepen en verenigingen hadden, liet de afbrokkeling een gat achter dat niemand miste omdat de overheid het opvulde. We hadden nu immers voor al onze problemen een eigen loket, dus konden we de gemeenschap laten gaan.
In al ons comfort hebben wij ons teruggetrokken tot ons eigen bestaan: huisje, boompje, beestje, kinderen en vakantie. De staat zorgt immers voor schoongeveegde straten, voor thuiszorg voor onze oude moeder, voor een wijkconsulent voor onze eenzame buurman en voor een rechtbank voor onze burenruzies. Ligt er een stoeptegel scheef, dan bellen we de gemeente. Hebben we geluidsoverlast, dan bellen we de politie. Zien we een verwaarloosd kind, dan bellen we Jeugdzorg. En elk hulpmiddel moet via de WMO komen, ook als we het prima zelf kunnen betalen.
Ons vrijwilligerswerk beperkt zich tot de sportactiviteiten van onze kinderen en ons burgerschap tot een rondje langs de stembus. Onze betrokkenheid bij onze omgeving is verwaterd tot onverschilligheid. Zolang het ons niet aangaat, moet een ander het maar oplossen. We leven niet meer samen, maar langs elkaar heen.
Het nadeel van comfort is dat het zo snel went dat we niet merken wat het met ons doet (de beruchte comfortzone). Wie gegarandeerd een uitkomst krijgt, heeft geen reden meer om te begrijpen hoe die tot stand komt. Waarom zou je willen weten waar je belastinggeld aan wordt besteed, welke wetten er door de Kamer glippen of wat de gemeenteraad volgende week besluit, als je er niet direct last van hebt? Comfort maakt ons tot afnemers van een dienst en wie niets hoeft te leveren, verleert snel hoe dat moet.
Tegelijkertijd zijn we verleerd om te leven met onzekerheid. Drie generaties die zonder werkelijke beproevingen zijn opgegroeid, zien tegenslag niet langer als iets om zelf te doorstaan, maar als een onhoudbare toestand die zo snel mogelijk verholpen moet worden. Bij elke tegenvaller kijken we naar de overheid die ons moet beschermen. Maar een overheid die alles moet garanderen, moet ook alles kunnen beheersen. Zekerheid zonder controle bestaat namelijk niet. Door steeds meer eigen verantwoordelijkheid in te ruilen voor zekerheid, hebben we ook steeds meer vrijheid en autonomie opgegeven. Het gevolg is niet alleen dat we bijna niets meer zelf kunnen oplossen, maar dat we, zelfs als zouden we het willen, bij elke stap de overheid op ons pad vinden.
Nu de overheid steeds zichtbaarder tekortschiet en onze roergangers charlatans blijken, ontdekken we dat we het tij niet meer kunnen keren. Niet in ons eentje, want in al ons comfort zijn we onze zelfredzaamheid verleerd. Maar ook niet samen, want we zijn niet betrokken bij de mensen om ons heen. Onze buurvrouw drie deuren verderop kennen we hooguit van gezicht en dat de lokale ondernemer wel wat steun kunnen gebruiken gaat volledig langs ons heen.
In plaats daarvan strijden we voor diversiteit en inclusie, marcheren we voor de Palestijnen en blokkeren we de snelwegen om het klimaat te redden.
Het moeras van het morele gelijk
Er bestaat zoiets als de vloek van alles hebben. Wie elke dag moet vechten voor brood op de plank en een dak boven zijn hoofd, heeft geen ruimte voor iets anders. Maar bij wie niets meer te vrezen heeft, bij wie de rekeningen betaald zijn en de toekomst verzekerd, ontstaat een leegte en behoefte aan betekenis: de behoefte om ertoe te doen, om ergens voor te staan of om een goed mens te zijn. Die behoefte gaat op zoek naar een bestemming en vindt die in de goede zaak.
Het aantrekkelijke van de goede zaak is dat er altijd wel iets is om voor te strijden. Wie strijdt om een probleem op te lossen, is klaar als het probleem is opgelost. Maar wie strijdt om een goed mens te zijn, zal altijd iets nodig hebben om voor te strijden. De goede zaak is dan niet langer het doel, maar een middel om het eigen leven betekenis te geven. Daar verandert de goede zaak in een moeras van moreel gelijk. Probleemoplossing wordt secundair. In plaats daarvan worden bij elke oplossing de doelpaaltjes verschoven en nieuwe strijdfronten geopend. Een morele strijd kent dan ook geen eindpunt. Hoe meer er wordt rechtgezet, hoe harder de roep dat het niet genoeg is.
Anno 2026 is Nederland een van de meest geëmancipeerde samenlevingen ter wereld. Sinds de Algemene wet gelijke behandeling van 1994 is iedereen gelijk voor de wet, ongeacht geslacht, ras, geloof of geaardheid en is discriminatie verboden. Daarmee was juridisch de strijd tegen ongelijkheid beslecht en werd de morele strijd voor gelijke uitkomsten geopend. Vrouwen wezen op de ongecorrigeerde loonkloof en het glazen plafond als bewijs dat zij nog steeds ongelijk werden behandeld. Nu er een ingroeiquotum geldt voor de raden van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven, is de klacht dat vrouwen te veel zorgtaken dragen voor de kinderen waar ze zelf voor hebben gekozen. De antiracismebeweging wees op kansenongelijkheid in het onderwijs en ondervertegenwoordiging bij de overheid. Nu er overal diversiteitsbeleid is ingevoerd en een antiracismecoördinator is aangesteld, is de klacht dat het racisme institutioneel is. De identiteitsbeweging wees op het keurslijf van man en vrouw, het ontbreken van een X in het paspoort en het gebrek aan genderneutrale toiletten en taal. Nu genderidentiteit wordt beschermd, een X op officiële documenten mogelijk is gemaakt, steeds meer toiletten genderneutraal worden en de overheid inclusieve taal voorschrijft, is de klacht dat anderen niet de gewenste voornaamwoorden gebruiken. De moslimgemeenschap wees op discriminatie op de arbeidsmarkt, lagere schooladviezen en het verbod op hoofddeksels in openbare functies. Nu die drempels grotendeels zijn weggenomen, is het aantal klachten over islamofobie hoger dan ooit.
Bij elke overwinning verschuift de maatstaf, zodat er altijd iets te bevechten blijft. Maar juist waar de klacht gaat over gevoel, is geen tegenspraak mogelijk. Zo wordt elke kritiek op genderidentiteit transfoob, elke opmerking over Islam islamofobie en elke bedenking tegen een aanstelling op basis van geslacht of etniciteit xenofoob. Grenzeloze empathie heeft de plaats ingenomen van realistische oplossingen en waar empathie de maatstaf is, is genoeg nooit genoeg.
Wat we de laatste jaren zien is dat de verschillende bewegingen versmelten. We zien het in de pride-vlag waar ras, genderidentiteit en seksuele geaardheid samenkomen op één doek die vervolgens vol trots op een klimaatdemonstratie wordt gedragen. We zien het aan Extinction Rebellion die tijdens de NAVO-top vorig jaar weer voor onrust zorgde op de A12. Niet om te protesteren over de rol van de NAVO in de oorlog in Oekraïne, maar tegen klimaatverandering, tegen de situatie in GAZA, tegen racisme en tegen fascisme. En juist daar waar het hardst wordt geschreeuwd, weten we het minst.
The Fog of War
De mist rondom een oorlog wijst naar het fenomeen dat in een oorlog waarheid en transparantie als eerste sneuvelen. Beide kampen maken hevig gebruik van propaganda en andere technieken om de steun van de eigen bevolking te behouden en die van de andere bevolking te demoraliseren. Dat gebeurt in elk conflict.
Momenteel spelen er twee conflicten die in Nederland de gemoederen bezighouden. Het ene conflict speelt zich af tussen Israël en Gaza en functioneert in het Westen als een splijtzwam. Juist in dit conflict is de mist zo dik dat we er vrijwel niets van weten. Er is nauwelijks onafhankelijke verslaggeving ter plaatse, internationale journalisten en hulporganisaties wordt de toegang geweigerd en inmiddels zijn tientallen journalisten gedood. Wat naar buiten komt, is enerzijds wat Israël naar buiten laat komen en anderzijds satellietbeelden en wat aan persoonlijke verhalen uit het hermetisch afgesloten Gaza ontsnapt. Geen van beide is onafhankelijk te verifiëren en ze spreken elkaar zo tegen dat een genuanceerd, feitelijk onderbouwd verhaal volledig ontbreekt. En juist hier kiezen we kamp, is het conflict aan beide kanten versmolten met onze identiteit en schreeuwen we het hardst om rechtvaardigheid over een conflict waar wij niet rechtstreeks bij betrokken zijn.
Tegelijkertijd woedt er dichtbij al viereneenhalf jaar een conflict waar wij wel rechtstreeks aandeel in hebben, waar maandelijks duizenden soldaten sneuvelen in een oorlog die met ons belastinggeld wordt gefinancierd en waarvoor het Westen de wapens en inlichtingen levert. Dat conflict is momenteel enorm aan het escaleren. Waar de Westerse media het consequent hebben over Oekraïne dat de oorlog in zijn voordeel heeft weten te keren, is daar op de frontlinie geen sprake van. Dat vermeende voordeel bestaat er vooral uit dat Oekraïne al maandenlang met Britse Storm Shadow-raketten en bijbehorende inlichtingen aanvallen uitvoert op raffinaderijen en fabrieken diep in Rusland. In Duitsland draaien inmiddels fabrieken die met overheidsgeld drones voor Oekraïne produceren. Ook staat de volgende ronde Westerse sancties alweer opgelijnd. Europa bemoeit zich steeds intensiever en directer met de oorlog en Rusland weet dat. Het land heeft al gesteld dat de Westerse wapenleveranties, inlichtingen en doelaanwijzing neerkomen op directe deelname van de NAVO aan de oorlog en waarschuwt openlijk dat verdere escalatie kan omslaan in de inzet van kernwapens. Onze Europese leiders lachen dat weg en denken Rusland met militaire en financiële druk naar de onderhandelingstafel te dwingen, waar ze een vrede in hun eigen voordeel kunnen afdwingen.
De realiteit is anders. Rusland is een nucleaire grootmacht met ongeveer 5.500 kernkoppen die het conflict met Oekraïne als existentieel beschouwt. Zo’n land laat zich niet militair verslaan en al helemaal niet naar een onderhandelingstafel dwingen. Dat betekent dat het risico op nucleaire escalatie reëel is, los van de vraag of Rusland wel of niet klaar is voor een oorlog met ons. Met 5.500 kernkoppen zijn ze dat allang. En voor wie denkt dat we veilig zijn omdat de VS ons met een beroep op artikel 5 wel weer uit de brand komen redden: door de Iran-oorlog zijn de Amerikaanse voorraden vrijwel uitgeput en is een begin gemaakt met het terugtrekken van Amerikaanse soldaten. De VS blijven Oekraïne op onze kosten van wapens voorzien en inlichtingen delen, maar doen dat alleen omdat een verzwakt Rusland hun eigen belangen dient. Onze leiders doen nu alsof de Amerikanen na de laatste G7 weer aan onze zijde zijn, terwijl diezelfde Amerikanen al hebben laten weten dat als het werkelijk tot oorlog met Rusland komt, Europa het zelf mag opknappen.
En hier, voor het enige gevaar dat ons werkelijk raakt, gaat niemand de straat op.
Het einde van de doodlopende weg
Zo de beste stuurlui aan wal staan, zo stroomt onze sociale media over van de mensen die precies weten hoe het zit. Ze schreeuwen en schelden, oordelen en verwijten, allemaal vanuit de illusie dat zij de feiten kennen en namens de stille meerderheid praten. Tegelijkertijd wordt die stille meerderheid nooit wat gevraagd en als dat wel zou gebeuren, zou het antwoord nog wel eens tegen kunnen vallen. De zwijgende meerderheid is dan ook geen stille bondgenoot, maar een spiegel waarin eenieder zijn eigen gelijk terugziet.
Wie zich op de stille meerderheid beroept, neemt aan dat die meerderheid instemt en klaarstaat om te ontwaken als het moment daar is. Maar instemmen en klaarstaan veronderstellen een betrokkenheid die er in de praktijk niet is. Wat we eerder zien is een toename van onverschilligheid en apathie. Het is dan ook realistischer om aan te nemen dat sprake is van een groeiende groep afhakers: mensen die niet meer weten welke informatie ze nog kunnen vertrouwen, murw zijn geworden van de respectloze en toxische wijze waarmee we elkaar bejegenen en daarom de zaal hebben verlaten.
Die toxiciteit is een direct gevolg van het samensmelten van onze mening met onze identiteit. Een persoon met een afwijkende mening is niet langer iemand met wie we in gesprek gaan om ons eigen wereldbeeld te verbreden, maar een tegenstander wiens motieven eerst verdacht zijn, dan slecht en uiteindelijk zo kwaadaardig dat hij bestreden moet worden. En we doen het allemaal! Allemaal kennen we onszelf de beste bedoelingen toe en de ander de slechtste en allemaal vergoelijken we ons eigen gedrag terwijl we op onze achterste poten staan als onze ‘vijanden’ hetzelfde doen. Zo wordt elk meningsverschil een gevecht tussen goed en kwaad en mag elk middel ingezet worden om ons doel te bereiken.
Deze status is het eindpunt van elke samenleving. Een volk dat zichzelf heeft opgedeeld in kampen is geen volk dat nog een gezamenlijke koers kan bepalen. Dat is waar we nu staan. Nederland is op vrijwel elk onderwerp verdeeld, het vertrouwen in overheid en media is historisch laag en er is geen zicht op herstel. Wie het zich kan veroorloven vertrekt en wie blijft ziet zijn vermogen en toekomstperspectief verdampen. Plato waarschuwde al dat op zo’n moment een sterke leider naar voren stapt om de orde te herstellen en het uitgeputte volk op dat moment vrijwillig de macht overdraagt. Die leider is vandaag de dag niet één charismatisch persoon. Het is de technocratische EU die ons orde en stabiliteit belooft als we maar ons laatste stukje autonomie, ons vetorecht, opgeven. En onze vrijwillig gekozen nieuwe premier vindt dat een goede zaak.
Wat niemand wil horen, maar wel moet weten
‘Many forms of Government have been tried, and will be tried in this world of sin and woe. No one pretends that democracy is perfect or all-wise. Indeed it has been said that democracy is the worst form of Government except for all those other forms that have been tried from time to time.’
Winston Churchill
In een democratie mag het volk zijn eigen leiders kiezen en we hebben hierboven gelezen waar dat toe kan leiden. Dat betekent niet dat andere regeringsvormen zoals dictatuur, oligarchie, autocratie, of een militair of communistisch bewind beter zijn. Dat zijn ze niet. Maar een functionerende democratie vraagt wel kennis en betrokkenheid. Een volk dat begrijpt wat nodig is en zich verantwoordelijk voelt voor het geheel, kan goede leiders aanwijzen. Een volk dat de kennis en betrokkenheid uitbesteedt, verandert in Plato’s slechtziende en hardhorende kapitein die de luidste stuurman kiest.
Plato’s oplossing was de koning-filosoof: de verlichte alleenheerser die na jaren van studie begrijpt hoe landbestuur werkt, wat het nodig heeft en zich compleet onbaatzuchtig ten dienste stelt van het volk. De praktijk is dat verlichte alleenheersers vaak veranderen in tirannieke despoten en zie er dan nog maar eens van af te komen. Door de geschiedenis heen is telkens gebleken dat een volk het meest gedijt en de meeste voorspoed kent bij vrijheid en dan blijft democratie de beste vorm.
Inmiddels leven wij alleen nog op papier in een democratie. We mogen een hobbeltje naar de stembus maken en daar houdt onze invloed wel op. Onze samenleving is sterk technocratisch ingericht, de verplichtingen zijn hoog en het volk uit elkaar gespeeld, murw en apathisch. De verleiding is dan sterk om de eigen schaapjes op het droge te krijgen: spreiden van vermogen, een eigen generator, moestuin achter het huis, voorraden in de kelder. Individuele zelfredzaamheid waar boeken over zijn volgeschreven. Maar individuele zelfredzaamheid behoudt dezelfde reflex die ons in de huidige situatie heeft doen belanden: ieder voor zich en de staat voor ons allen.
De kansen liggen ergens anders. Die liggen in herstel van wat we door de jaren zijn kwijtgeraakt: onze gemeenschap en ons vermogen om elkaar als mens te zien, juist als we het niet met elkaar eens zijn. Ironisch genoeg zijn het juist deze kansen die bij velen van ons de meeste weerstand zullen opwekken, omdat het ons vraagt om onze scherpe tongen in te binden, uit onze bubbels te stappen en ons morele gelijk op te geven. Precies die gereedschappen waarmee wij onszelf zo lang voor de gek hebben gehouden dat wij de goede mensen zijn en die anderen slecht.
Herstel vraagt namelijk om een compleet andere houding dan die wij tegen elkaar tentoonspreiden en dat begint bij onszelf. Want staan we er wel eens bij stil dat we misschien ook géén gelijk kunnen hebben? Dat ook wij misleid kunnen worden door halve waarheden en ons kunnen vergissen? Dat onze morele zekerheid een emotie is en geen bewijs? Zouden wij kunnen accepteren dat de groepen waar wij ons nu zo volmondig achter scharen en met hand en tand verdedigen, er ook náást kunnen zitten? Hoeveel van onze oordeelsvorming wordt bepaald door de bubbels waarin we ons begeven? En zijn wij zelf überhaupt nog in staat om onze oordeelsvorming bij te stellen? Zou ik zo behandeld willen worden als hoe ik nu met anderen omga die het niet met mij eens zijn? En kan alles wat ik doe of aanhang in zijn algemeenheid als ‘goed’ worden beschouwd, of moet ik dan al snel gedragingen gaan verontschuldigen met ‘ja maar, want zij…’?
Vragen als deze roepen op tot bescheidenheid. Dat we niet alles zelf kunnen doorzien en de ander nodig hebben om ons scherp te houden. Niet die ander die ons bevestigt in ons gelijk en ons comfortabel in slaap sust, maar juist die ander die wijst op onze onvolkomenheden en gaten in onze redenering. Die onze kwaliteiten verhoogt in plaats van ze op middelmatigheid vast te pinnen. Alleen door wrijving ontstaat glans en wrijving betekent moeite doen. Het is precies die kwaliteit van moeite doen die we zijn kwijtgeraakt.
De mens die deze vragen eerlijk kan beantwoorden, wordt vanzelf bescheiden en vanuit die bescheidenheid ontstaat hernieuwd respect. Respect door de ander te blijven behandelen zoals u zelf behandeld wilt worden en door naar zijn beweegredenen te vragen in plaats van er meteen uw oordeel op te plakken. Het is de keuze voor realisme boven gevoel en voor wat ons verbindt boven de warme roes van het morele gelijk dat ons steeds weer tegenover elkaar plaatst.
Juist in een hoogontwikkeld land als Nederland dat drie generaties weinig tegenslag heeft ervaren, is deze houding het moeilijkst op te brengen. Hoogopgeleiden die domme dingen doen, zijn namelijk zelf niet dom. Zij zijn er wel veel beter in om te rationaliseren wat ze niet behoren te betwijfelen. Ze filteren de feiten die hun overtuiging steunen en laten de rest weg, vooral wanneer die komt van mensen of partijen die bij voorbaat verdacht zijn. Wat hen drijft is niet domheid maar de zekerheid aan de goede kant te staan. Wie denkt een goed mens te zijn, twijfelt zelden. En precies dat gebrek aan twijfel maakt de knapste koppen blind.
Pas als we leren anders naar onszelf en elkaar te kijken, ontstaat er weefsel waaruit weer gemeenschap kan ontstaan. Dan blijkt die PVV-buurman waar u nooit een woord mee wisselde een vakman die uw schuur overeind houdt en de Gaza-activiste twee straten verderop iemand die een moestuin uit de grond stampt waar de halve straat van kan eten. Dan repareert de klimaatactivist uw fiets en levert de boer het voedsel als de schappen van de supermarkt leeg blijven. Ieder draagt bij waar hij goed in is, niet omdat ze het overal over eens zijn, maar omdat de som van het geheel groter en belangrijker is dan de mening die hen scheidt.
Dat is geen nostalgie en geen utopie. Het is hoe Nederland groot is geworden in de tijd dat kennis en lokale zeggenschap nog in dezelfde handen lagen. En het is wat we kwijtraakten toen we de zeggenschap over onze levens uitbesteedden aan Den Haag en achterover gingen zitten in de verwachting dat zij voortaan onze problemen wel gingen oplossen. Het terughalen begint dan ook niet in Den Haag, maar bij onszelf, in onze straat en in onze buurt.
Een hechte gemeenschap kent elkaar en kan daardoor niet uit elkaar gespeeld worden, zorgt voor elkaar en kan daardoor niet verleid worden met loze beloftes, lost samen problemen op en kan daardoor niet murw, onverschillig of apathisch worden. Het systeem dat we met elkaar hebben gebouwd, is niet houdbaar om alle redenen die u eerder hebt gelezen. Vroeg of laat stopt dat systeem met leveren. Een straat die alleen uit vreemden bestaat, staat dan met lege handen. Maar een buurt waarin de een kan bouwen, de ander kan verbouwen, de een verstand heeft van stroom en de ander van zorg, heeft een alternatief achter de hand voordat het nodig is. Dat bouwt u niet op het moment dat het misgaat. Dat bouwt u nu, in het echte leven met echte mensen. Want een sterk volk is een sterke kapitein. En een sterke kapitein bepaalt zijn eigen koers.
Tot slot
Ik was ook ooit een Domme Hoogopgeleide, succesvol en zeker van mijzelf omdat ik het zover had geschopt. Pas toen het leven mij hardhandig uit mijn bubbels gooide, leerde ik hoe mijn geest zich door comfort en gebrek aan tegenslag had gesloten. Ironisch genoeg heb ik, door mijn oude leven kwijt te raken, mijn menselijkheid hervonden. Mijn benen doen het niet meer en ik kan niet makkelijk ergens heen, maar ik leef veel vrijer. Ook ben ik in aanzien totaal niet belangrijk meer, maar tegelijkertijd wel onmisbaar geworden voor mijn omgeving.
De komende periode wordt spannend, we zullen gestaag al onze zekerheden kwijtraken en er liggen absoluut vele risico’s op de loer. Maar om toch met een paar clichés te eindigen: na regen komt zonneschijn, bij elke deur die sluit gaat een andere open en waar een wil is, is een weg. Het is mijn oprechte wens dat we die met elkaar kunnen vinden.
Mijn substack is gratis en dat blijft zo. Maar feiten boven tafel krijgen kost tijd. Vindt u dit werk waardevol, overweeg dan een vrijwillige bijdrage. Dat kan ook via Ideal.
Zoekt u nog een lekker laagdrempelig strandboek dat u tussen twee duiken door uitlegt dat diversiteit en deskundigheid echt niet hetzelfde zijn? Dan weet ik wel iets!
De schuldquote daalde in diezelfde periode omdat de hoge inflatie het BBP omhoog had gestuwd.







Wederom zoals gebruikelijk een opsomming van Jeanette over feiten die tot nadenken zou moeten aansporen, ware het niet dat juist dat het probleem in de kern raakt. Het nadenken cq eigen mening vormen is zeer beperkt tot wat er aan informatie wordt verstrekt door de onderwijsinstellingen en de “onpartijdige” MSM. De uiteindelijke technocratische verantwoordelijken blijven volharden in hun hersenmist en sturen alles en iedereen gewetenloos de afgrond in.
Ondanks alles bedankt voor deze visie en een fijne vakantie toegewenst.
Als ik naar mezelf (ook hoogopgeleid) kijk, dan voel ik me vooral lusteloos en totaal vervreemd van het land waar ik 70 jaar geleden geboren ben vanwege de multiculturele samenleving. De domheid c.q. gebrek aan levenswijsheid van vele hoogleraren aan de universiteiten is niet van vandaag of gisteren. Maar om elke dag te moeten toezien hoe met name allochtonen (35% van onze bevolking is allochtoon) met behulp van zogenaamde intellectuelen traditionele Nederlandse normen en waarden straffeloos mogen afbreken, dat frustreert me zonder meer het meest. Ja, ik ben islamofoob en ik schaam me daar niet voor. Ik vind de islam een afschuwelijke, primitieve, struktureel gewelddadige religie en kan islamitische uitingen in gebouwen en kledij niet luchten of zien.