Hubert Robert, The Dismantling of the Church of the Holy Innocents, 1785, The Bowes Museum.
Woord vooraf:
Dit artikel en het volgende behandelen waarom Nederland als land niet meer te redden is. Dat is een harde conclusie die wat onderbouwing vraagt, waardoor dit artikel langer is dan gebruikelijk. Ik wil de serie wel hoopvol afsluiten. Daarom eindig ik met een deel zes waarin ik bespreek welke gereedschappen we nog wél hebben om ons klaar te maken voor een toekomst waarin het verleden geen houvast meer biedt.
In 1990 kostte een gemiddelde koopwoning rond € 74.000 bij een modaal inkomen van € 19.000. Een vakman, leraar of verpleegkundige kon vaak nog op één inkomen een huis kopen. Vandaag kost een gemiddelde woning circa € 486.000 bij een modaal inkomen van ongeveer € 48.000. Daarmee is een koopwoning alleen nog haalbaar voor tweeverdieners, maar ook dan vallen starters en huishoudens met modale inkomens vrijwel overal buiten de boot. Wie het wel lukt een woning te kopen, vaak met een gulle donatie van de ouders, moet zich tot de nek in de schulden steken. Na Zwitserland lenen wij voor onze woningen meer dan welk ander Europees land ook.
In 1990 was uw huisarts iemand. Hij kende uw familie, kwam bij u thuis wanneer u te ziek was om langs te komen en wist hoe het de vorige keer was gegaan. Vandaag wordt u doorverwezen naar een gezondheidscentrum, wacht u gemiddeld twee weken op een afspraak en wordt elke niet direct verklaarbare klacht al snel weggewuifd als psychosomatisch. Nadat u met inmiddels 100.000 anderen bijna zes maanden op de wachtlijst van de GGZ hebt gestaan, gaat u leuk in gesprek over al uw zorgen. Ondertussen verslechteren uw klachten en blijkt uw aandoening toch somatisch, waarna u meteen door kan naar de rouwverwerking omdat ‘ze er te laat bij waren’.
In 1990 kon één modaal inkomen een gezin onderhouden, de hypotheek aflossen, op vakantie gaan en sparen voor later. Vandaag kunnen twee modale inkomens samen geen huis kopen en stijgen de lasten harder dan het inkomen. Inmiddels leven 1,7 miljoen Nederlanders op of net boven de armoedegrens en hun aantal stijgt.
Toch is het grootste verlies niet materieel. In 1990 kon u een discussie voeren op een verjaardag zonder dat uw familie u jaren later nog meed. U herkende uw straat en kon met de buren overweg, ook als ze anders dachten. U kon hardop zeggen wat u zag. Vandaag wordt wie zegt wat hij denkt gecanceld, ontslagen wegens toxiciteit, of gelabeld als extreemrechts, complotdenker dan wel potentiële terrorist. Wie het covid-vaccin weigerde, wie protesteert tegen een AZC, wie twijfelt aan het klimaatbeleid of een grap maakt over een minderheid, staat direct in het verdachtenbankje waaruit weinigen ongeschonden ontsnappen.
We wonen in een land waar niemand zich meer thuis voelt.
En dat is niet per ongeluk.
Nederland, uitknijpland
In de vorige delen werd duidelijk hoe steeds meer Nederlanders hun inkomen verdienen in de waarde-onttrekkende economie. Deze groep produceert voornamelijk regels en rapporten of houdt zich bezig met controle en naleving. Hun aantal groeit omdat elke crisis wordt opgelost met meer beleid, meer regels en meer toezicht. Tegelijkertijd krimpt juist de waarde-creërende economie die hun inkomen moet ophoesten. Steeds meer bedrijven stoppen of verkassen naar het buitenland omdat ze de gevolgen van de vele regels niet meer kunnen dragen, ze niet langer kunnen innoveren of omdat klimaat- en duurzaamheidseisen hun beroep de nek omdraaien.
Het gevolg is een wiskundige onmogelijkheid die maar één uitweg heeft: bij een relatief dalende waarde-creërende economie moeten de lasten omhoog. Belasting op arbeid, btw en accijnzen, energiebelasting, gemeentelijke heffingen en de vrijheidsbijdrage die per 2027 ingaat. Elk jaar komt er wel iets bij. Tegelijkertijd dalen de voorzieningen die hieruit worden betaald: de zorg wordt afgeschaald en het eigen risico blijft stijgen, de WW wordt weer verkort, de WMO steeds verder versoberd en de leeftijd waarop we met pensioen mogen, nu al een van de hoogste in Europa, verdwijnt steeds verder achter de horizon. We betalen zonder uitzondering steeds meer voor minder en houden steeds minder over. Maar onze koopkracht stijgt, het BBP groeit gestaag door en volgens alle officiële cijfers zijn we rijker dan ooit. Toch?
Een wiskundige onmogelijkheid kan alleen voortbestaan als zij actief in stand wordt gehouden. Hieronder volgen zes mechanismen die ons al ruim dertig jaar in de waan houden dat het allemaal wel goed gaat, terwijl we in werkelijkheid alleen maar tijd kopen en de rekening vooruitschuiven. Totdat dat ook niet meer gaat.
1. Lenen tot het schip strandt
Het moment waarop Nederland zichzelf heeft opgeheven is 7 februari 1992, toen vicepremier Wim Kok samen met buitenlandlandminister Hans van den Broek het Verdrag van Maastricht ondertekende. Het verdrag resulteerde in de oprichting van de Europese Unie eind 1993, gevolgd door een exodus van onze nationale autonomie, en de oprichting van de Europese Centrale Bank in 1999, gevolgd door een exodus van onze nationale welvaart.
Dat begon al op 1 januari 2002 met de invoering van de euro. Officieel was de wisselkoers 1 euro = 2,20371 gulden, officieus werden prijzen naar boven afgerond en was u direct een groot deel van uw bestedingsvermogen kwijt. Maar ook de rente, een belangrijk instrument om de economie te reguleren, werd voortaan centraal vastgesteld. Toen in 2008 de kredietcrisis uitbrak, pompte de Nederlandse overheid onder het mom van too-big-to-fail € 82 miljard in de sector die de ellende veroorzaakt had. Samen met de daaropvolgende recessie steeg de staatsschuld van € 267 miljard in 2007 naar € 456 miljard in 2014. Op Europees niveau ging de rente naar nul en werd later zelfs negatief. Daarnaast kocht de ECB jarenlang voor honderden miljarden aan Zuid-Europese staatsobligaties op met geld dat zij zelf creëerde.
Voor Nederland waren de gevolgen dramatisch. De gevolgen van de kredietcrisis moest door de belastingbetaler opgehoest worden met ongekende bezuinigingen en lastenverzwaringen onder Rutte II. Maar het Europees beleid was erger. Nederland werd overspoeld met bijna gratis geld dat een enorme zeepbel op de huizenmarkt veroorzaakte. Huizenprijzen zijn sinds 2014 meer dan verdubbeld, veel huishoudens zijn zwaar overgefinancierd en spaarders zagen hun vermogen verdampen. Lenen werd het nieuwe sparen.
Begon de Nederlandse economie net een beetje aan te trekken, brak in 2020 de Coronacrisis uit. Wederom trokken Nederland en Europa alle registers open en stegen de schulden nog harder dan tijdens de kredietcrisis. Met de lage rente leek dat geen probleem tot begin 2022 Rusland Oekraïne binnenviel, de goedkope energietoevoer uit Rusland werd stopgezet en de inflatie direct boven de 10% steeg. Nu moet de rente wel omhoog, maar inmiddels is door jarenlang lenen de schuldenberg hoger dan ooit en kan niemand een hogere rente nog dragen, want:
De Nederlandse overheidsschuld bedraagt inmiddels € 524 miljard.
De Nederlandse hypotheekschuld nadert de € 900 miljard.
Nederland heeft voor zeker € 220 miljard aan directe garanties afgegeven, waarvan circa tweederde aan Europese en internationale verplichtingen (zoals het coronaherstelfonds en het IMF) en eenderde nationaal (vooral de Nationale Hypotheekgarantie). Daarnaast staat Nederland voor € 290 miljard borg voor woningcorporaties en hypotheken.
Nederlandse banken, pensioenfondsen en verzekeraars houden voor ruim € 400 miljard aan Europese staatsobligaties. Daarnaast heeft DNB een vordering van € 100 miljard op Zuid-Europese centrale banken. Maar vooral de Zuid-Europese landen hebben een gemiddelde schuldquote boven de 100% en blijven alleen overeind dankzij een ECB die doorlopend hun schuldpapieren opkoopt.
Nederland zit dus veel dieper in de schulden dan de gerapporteerde schuldquote doet vermoeden. De schade zit in het cascade-effect. Een simpele recessie doet de huizenmarkt instorten, waardoor de garanties worden ingeroepen. Zuid-Europese obligaties worden waardeloos, waardoor de Europese garanties moeten worden uitgekeerd, de vordering van DNB verdampt en de Nederlandse pensioenen kelderen. Dat verdiept de crisis, waardoor nog meer mensen onder water komen. En zo verder.
We zijn dus, zoals dat heet, flink de klos.
2. Macht zonder mandaat
Officieel zijn wij een democratie en kiezen wij (indirect) onze vertegenwoordigers voor de gemeente, provincie, landelijk, het Europees Parlement en de Waterschappen. Officieus maakt het al decennialang niet meer uit waar u op stemt, aangezien de besluiten elders worden genomen.
Die machtsverplaatsing heeft op drie domeinen plaatsgevonden. De eerste machtsverplaatsing ging omhoog naar de Europese Unie. Medio 2005 stemden Frankrijk en Nederland tegen de Europese grondwet. Het project werd toen haastig ingetrokken om twee jaar later terug te keren als het Verdrag van Lissabon. De inhoud was vrijwel ongewijzigd, maar door de naam van het beestje te wijzigen naar verdrag, kon het zonder referendum worden geratificeerd. Door dit verdrag zijn de bevoegdheden van de EU enorm uitgebreid en heeft Nederland op kerngebieden als monetair beleid, handel, landbouw, visserij, grenzen en asiel vrijwel niets meer te zeggen.
De tweede machtsverplaatsing ging naar beneden, naar het ambtelijke apparaat. Waar kabinetten komen en gaan, blijft de ambtelijke top zitten en bepaalt vanuit het hart van de departementen wie welke informatie krijgt, welke voorstellen door de zeef komen en hoe een wet in de praktijk wordt uitgevoerd. Rijksambtenaren vormen inmiddels een homogene klasse met een uitermate progressief-activistisch wereldbeeld. Zij overleven iedere verkiezingsuitslag en commissie en stuwen elk kabinet in dezelfde richting. Een minister die buiten dat wereldbeeld valt of die werkelijk wil hervormen, krijgt al snel met ondermijning te maken zoals gelekte uitspraken, anonieme citaten in het NRC, vertragingen en het achterhouden van belangrijke informatie. In Den Haag spelen de politici theater, maar regeren de ambtenaren, met informatievoorziening als hun belangrijkste wapen.
De derde machtsverplaatsing ging opzij, naar de rechter. Op 29 mei 2019 oordeelde de Raad van State dat de Nederlandse stikstofaanpak (PAS) in strijd was met de Europese Habitatrichtlijn. Een half jaar later legde de Hoge Raad in het Urgenda-arrest vast dat de Nederlandse overheid haar burgers tegen klimaatverandering moest beschermen en verordonneerde een 25% CO2-reductie ten opzichte van 1990 in een jaar tijd. Beide uitspraken hielden geen rekening met de gevolgen. Door de CO2-uitspraak moesten meerdere kolencentrales sluiten kort voordat we ook het Russische gas in de ban deden. Het gevolg is dat onze energieprijzen tot een van de hoogste in Europa behoren. Door de stikstofuitspraak zitten wij bovendien al jaren in een stikstofcrisis, wordt er nog mondjesmaat gebouwd en dreigen veel boeren hun bedrijf kwijt te raken.
Wat overblijft is een democratie op papier: we mogen kiezen tussen zeker 30 partijen die allemaal de mooiste beloftes maken. Maar de werkelijke macht ligt bij de Europese Commissie, bij het Europees Hof, bij de ambtenaren, bij de rechterlijke macht en bij NGO’s en activisten die op uw kosten de democratie omzeilen.
U stemt. Niets verandert. U raakt boos en gefrustreerd. U bent een extremist.
3. De gefabriceerde werkelijkheid
Elke Nederlandse media-outlet noemt zichzelf objectief en onafhankelijk, maar is dat zo? Want als we naar de financierings- en eigendomsstructuren kijken, ontstaat al snel een ander beeld:
95% van de Nederlandse dagbladen (nationaal en lokaal) is in handen van twee Belgische familiebedrijven (DPG Media en Mediahuis);
de NPO krijgt € 980 miljoen per jaar gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
alle commerciële zenders zijn in handen van Talpa (John de Mol) en het Duitse RTL. De laatste wordt nu door DPG Media overgenomen (zie ook de eerste bullet); en
het ANP, waar vrijwel alle media hun nieuws aan ontlenen, is in handen van één particuliere eigenaar.
Het ANP verzamelt het nieuws aan de hand van persberichten, neemt geruchten over uit andere media en verifieert de juistheid van berichten door instanties om bevestiging te vragen. Het ANP voert geen onderzoek uit naar de volledigheid van berichten en zal dus nooit weten of ze het hele verhaal te horen krijgen of slechts de helft. Maar alle kranten en omroepen nemen het wel zo over.
Die volledigheid zou dan moeten volgen uit diepgravende onderzoeksjournalistiek. In Nederland zijn dat Argos (VPRO/Human) en Zembla (BNNVARA), beide gefinancierd met overheidsgeld en dat bepaalt mede hoe die onderzoeksjournalistiek wordt vormgegeven. Zo betichtte Zembla Thierry Baudet in april 2020 van banden met het Kremlin, gebaseerd op wat jolige whatsappberichtjes aan Henk Otten, die negen maanden daarvoor door Baudets partij was geroyeerd wegens het wegsluizen van € 50.000 partijgeld naar zijn eigen consultancy-bedrijf, sloot hun uitzending over het coronavaccin een paar maanden later naadloos aan op de officiële RIVM-richtlijn en onthulde Argos onlangs dat het Oekraïne-referendum van 2016 (!) was beïnvloed door Russische desinformatie.1 Net nu de defensie-uitgaven enorm worden opgeschroefd en iedere Nederlander een vrijheidsbijdrage moet gaan betalen.
De wijze waarop het Nederlandse medialandschap is opgezet, leidt niet alleen tot een narratief, maar draagt actief bij aan de extreme polarisatie in het land. Door elke alternatieve verklaring te marginaliseren of direct te labelen als complot, radicaal rechts of anti-wetenschap, wordt een actieve scheiding aangebracht tussen hen die het officiële nieuws volgen en hen die hun heil hebben gezocht in alternatieve nieuwsbronnen. Het gevolg is een land met vele realiteiten, waarbij elke realiteit denkt dat de ander is verdwaald. Met een media die ons niets wijzer maakt, maar wel actief uit elkaar speelt, delft een gemeenschappelijke realiteit al gauw het onderspit.
4. Verdeel en heers
Modern Nederland is geen samenleving meer, maar opgedeeld in kampen: links tegen rechts, progressief tegen conservatief, vrouw tegen man, zwart tegen wit, jong tegen oud, woke tegen anti-woke, pro-Palestijns tegen pro-Israël en zo verder. Onze mening is onze identiteit geworden en die verdedigen we met hand en tand. Vanuit onze loopgraven besmeuren we elkaar: kijk hoe dom, slecht of vreselijk de ander is. Hij moet aftreden, gecanceld en verwijderd uit het openbare leven. Want wie de verkeerde mening heeft, moet wel een slecht mens zijn. We wijzen naar de ander, vergoelijken ons eigen gedrag en zijn ondertussen verbaasd dat elk onderwerp dat we aanraken overloopt van haat en alleen maar verder escaleert. De redelijkheid is weg, de stille meerderheid verdwenen en het vreedzaam samenleven afgebroken.
Wie al die kampen van een afstandje bekijkt, ziet in elk verhit debat drie elementen terugkomen: we hebben niet de volledige feiten, we hebben geen invloed op de gebeurtenissen en de gebeurtenissen vinden elders plaats of zijn gegoten in het verleden waar sowieso niemand wat aan kan veranderen. Intussen zijn er genoeg onderwerpen waar we het eenvoudig eens kunnen worden: onbetaalbare woningen en hoge kosten voor levensonderhoud, slecht onderwijs, afbrokkelende zorg en maatschappelijke voorzieningen, steeds hogere belastingen, een enorme schuldenberg en pensioenen die straks niets meer waard zijn. Nederland staat in brand, onze welvaart verdampt en de toekomst is allesbehalve rooskleurig. En wij besteden onze tijd om de ander op welk sociaal medium dan ook af te branden.
Dit mechanisme heet verdeel en heers. De overheid levert de houtblokken, de media de brandstof en de lucifers, maar wij steken het vuur zelf aan. We praten alleen nog over elkaar in plaats van met elkaar en maken ons zo druk over de mening van de ander dat we geen tijd meer hebben voor wat ons allemaal aangaat.
Voor de overheid is dat een gunstige uitkomst. Elke tegenstand is inmiddels over zes partijen verdeeld die het onderling niet eens kunnen worden. Dus dendert de overheid door en terwijl wij in onze loopgraven liggen, is ons land ondertussen onherkenbaar veranderd.
5. Ontheemd in eigen land
De Nederlandse autochtone bevolking krimpt sinds 2013. Toen telden we 16,8 miljoen inwoners met 3,5 miljoen mensen met een migratieachtergrond. Nu zijn we de 18 miljoen gepasseerd met 5,2 miljoen mensen met een migratieachtergrond. Sinds 2022 groeit onze bevolking uitsluitend nog door immigratie, in de grote steden zijn inwoners met een migratieachtergrond sinds 2017 in de meerderheid en kennen we inmiddels honderden wijken waar niet-westerse migranten de boventoon voeren. Ons straatbeeld is onherkenbaar veranderd, maar daar mogen we niet over praten.
In tegenstelling tot wat overheid en media u graag willen laten geloven, is weerstand tegen massamigratie geen ‘rechts’ probleem. Al ruim twee decennia geeft een consistente meerderheid van de inwoners aan dat de instroom moet verminderen. Het maakt niet uit of u links of rechts stemt, we zijn het er vrijwel allemaal over eens dat massamigratie leidt tot woningnood, druk op lonen, zorg en onderwijs en de sociale cohesie uitholt. Desalniettemin stijgt de instroom sinds 2015 elk jaar onverminderd door en lijkt niemand er iets aan te kunnen of willen veranderen, alle mooie woorden ten spijt.
Vaak wordt gewezen naar Denemarken, dat zijn asielinstroom met 90% heeft teruggebracht. Maar Denemarken bedong in 1992 een opt-out op het EU-asielbeleid. Wij niet en die krijgen we ook niet. Dat laat onverlet dat wij juridisch sterke middelen hebben om de instroom drastisch terug te dringen. Sinds 2014 bepaalt de Dublin-verordening dat een asielzoeker asiel moet aanvragen in het eerste veilige land. Nederland is geografisch geen EU-grensland, wat betekent dat het overgrote deel van de asielinstroom minimaal via een ander veilig land is gereisd. Theoretisch zou Nederland deze instroom mogen terugsturen, maar in de praktijk gebeurt dat zelden. Grenslanden worden zelf overspoeld en weigeren retouren, maar ook duiken asielzoekers die hiervoor in aanmerking komen massaal onder. Zij weten dat Nederland na zes maanden hun aanvraag alsnog moet behandelen en daar maken zij, gesteund door een activistische asiellobby, optimaal gebruik van.
Dat maakt Nederland niet machteloos. We mogen bij bedreiging van de openbare orde tijdelijke grenscontroles uitvoeren tot twee jaar. Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk doen het al jaren. Ook mogen wij volgens diezelfde Dublin asielzoekers bij significant risico op onderduiken in vreemdelingenbewaring plaatsen. Maar juist wat effectief zou kunnen werken, doen we niet.
In plaats daarvan schreef VVD-staatssecretaris Eric van der Burg begin 2023 een Spreidingswet die gemeenten dwingt asielzoekers op te nemen, ongeacht of daar ruimte voor is en expliciet tegen de wensen van omwonenden. De route is opmerkelijk. Van der Burg diende zijn voorstel op 27 maart 2023 in. Drie maanden later viel kabinet Rutte IV, nota bene over migratie. Maar het demissionaire kabinet nam de wet op 10 oktober 2023 alsnog aan. Officieel stemde de VVD in de Tweede Kamer tegen de wet die zij zelf had opgesteld, officieus wist zij zich verzekerd van een meerderheid via de linkse partijen en hoefden zij geen gezichtsverlies te lijden. Op 23 januari 2024 stemden de VVD-senatoren namelijk wél voor, terwijl uit de verkiezingen twee maanden daarvoor onomstotelijk was gebleken dat Nederland de wet niet wilde. Waar de invoering van normale wetgeving maanden tot jaren nodig heeft, was de Spreidingswet er binnen een week en kon PVV met diezelfde VVD in het volgende kabinet niet aan de uitvoering tornen.
Sinds de invoering zijn er ruim 12.000 veelal tijdelijke opvangplekken bijgekomen, verspreid over honderden locaties. Maar het doel is 88.000 vaste (!) plekken tegen 2028. Ondertussen worden protesten genegeerd en horen inwoners vaak pas achteraf dat er een AZC komt op de plek waar hun kinderen naar school gaan, voetballen en buiten spelen.
Los van de enorme druk op woningen en sociale voorzieningen worden wij ontheemd in eigen land. Op steeds grotere schaal worden buurten vervangen en gemeenschappen opgeheven. Niemand kent zijn buren meer, niemand spreekt nog dezelfde taal en niemand deelt nog dezelfde geschiedenis. Onze sociale cohesie wordt gesloopt. Een geatomiseerde bevolking kan veel moeilijker weerstand bieden tegen ongewenst overheidsbeleid en dat maakt ons land rijp voor de volgende stap: het bekostigen van oorlogen die niet gevoerd hoeven te worden.
6. Tribuut aan de oorlog
Op 24 februari 2022 viel Rusland Oekraïne binnen. Sindsdien heeft Nederland in vier jaar tijd meer dan € 20 miljard naar Oekraïne overgemaakt, waarvan € 13,5 miljard direct aan militaire en financiële steun en circa € 7 miljard via de EU. Dat maakt ons een van de gulste gevers van Europa. Maar het is niet genoeg.
Op 24 en 25 juni 2025 vond de NAVO-top plaats in Den Haag. Een top die per se in Nederland gehouden moest worden en die de Nederlandse belastingbetaler € 183,4 miljoen heeft gekost voor een vergadering van 2,5 uur. Het resultaat was The Hague Pledge: alle 32 NAVO-landen op één na verbinden zich eraan om in 2035 5% van het bbp aan defensie te besteden. 3,5% direct naar de krijgsmacht, 1,5% naar gerelateerde uitgaven. Voor Nederland, dat in 2026 op 2,2% zit, betekent dit ruim een verdubbeling van de defensie-uitgaven binnen tien jaar.
Wederom staat hier één man in het middelpunt. Toen Mark Rutte in oktober 2010 aantrad als premier, bedroeg het defensiebudget € 8,46 miljard. Onder zijn leiding is direct € 1 miljard per jaar wegbezuinigd, een operatie die elfduizend banen kostte en al onze Leopard-tanks. In de jaren daarna is nog eens € 250 miljoen per jaar bezuinigd. De man die nu Europa oproept om zich op oorlog voor te bereiden, is dezelfde man die eerder het Nederlandse leger heeft uitgekleed. Maar toen was hij nog geen secretaris-generaal van de NAVO.
Het huidige kabinet Jetten, waar voor de vierde keer sinds Rutte II een vrouwelijke politica zonder enige kennis en ervaring minister van Defensie is geworden, heeft nu € 19 miljard gereserveerd voor extra defensie-uitgaven tot 2030. Wij financieren deze extra uitgaven met een vrijheidsbijdrage, een verkapte belastingverhoging, waarbij de belastingschijven niet meegroeien met de inflatie, en via hogere werkgeverslasten die voor ons weer tot prijsverhogingen leiden. Daarbovenop komen versobering van zorg en sociale voorzieningen en een verdere verhoging van de AOW-leeftijd. We dragen daarmee vooral bij aan het Amerikaanse defensiecomplex waar wij het gros van ons defensiematerieel bestellen en het in stand houden van een oorlog die nooit gevoerd had hoeven worden. Diplomatie of andere oplossingen worden niet serieus onderzocht en Nederland zit nergens aan tafel. Dat doet Mark Rutte voor ons, op onze kosten.
Tot slot
We wonen in een land dat al jaren niet meer functioneert. Zes mechanismen houden de schijn op: we lenen onszelf rijk, we leven in een papieren democratie, de media presenteren ons nieuws zonder nieuwswaarde, we vechten elkaar de tent uit over zaken waar we geen invloed op hebben, we worden ontheemd en van elkaar geïsoleerd en we betalen mee aan oorlogen die niet gevoerd hoeven te worden. Elk mechanisme koopt tijd, maar tegelijkertijd blokkeert elk mechanisme ook de weg naar oplossingen of herstel.
Dat kan maar zolang goed gaan en inmiddels zijn we op het punt beland waarop geen terugkeer meer mogelijk is. Daar gaan we het de volgende keer over hebben.
Mijn substack is gratis en dat blijft zo. Maar feiten boven tafel krijgen kost tijd. Vindt u dit werk waardevol, overweeg dan een vrijwillige bijdrage. Dat kan ook via Ideal.
Zie ook dit ontluisterende artikel van Bart Nijman over de gang van zaken. Hij was een van de architecten van het Oekraïne-referendum in 2016.





Prachtig en realistisch overzicht van de ravage die ik om mij heen zie.
Waar kunnen we nog naartoe emigreren? 🫣