Mark Rutte zei ooit:
"Nederland is een diep socialistisch land."
En daarin had hij gelijk.
Links, rechts — het verschil is vooral theater.
We zijn allemaal onderdeel van dezelfde verzorgingsstaat.
Een systeem waarin het collectief alles opslokt en het individu steeds kleiner wordt.
Vroeger dacht ik dat het zo hoorde.
Dat als we allemaal hard werkten en bijdroegen, iedereen kon floreren.
Solidariteit. Compassie. Een betere wereld.
Maar toen verloor ik mijn gezondheid.
En moest ik voor het eerst leunen op het systeem dat ik jarenlang had ondersteund.
Toen zag ik wat socialisme echt doet.
Socialisme bouwt niet op.
Het breekt af.
Het begint met goede bedoelingen: zorgen voor elkaar, samen sterker staan.
Maar langzaam glijdt het af.
Solidariteit wordt opgelegd door regels en herverdeling.
Medemenselijkheid en gemeenschapszin worden vervangen door anonimiteit en verplichting.
Wantrouwen en controle moeten ervoor zorgen dat niemand teveel krijgt of misbruik maakt.
Bescherming verandert in betutteling.
In plaats van echte hulp kreeg ik formulieren. Regels. Beschikkingen.
In plaats van maatwerk kreeg ik standaardoplossingen die nergens op aansloten.
Ik was geen mens meer.
Ik was een dossier. Een nummer.
Verdwaald in een papieren werkelijkheid.
Wanneer je mensen niet meer hun eigen problemen laat oplossen, neem je hun kracht weg.
Wanneer je verantwoordelijkheid uit handen slaat, hol je vrijheid uit.
Socialisme kweekt geen sterke samenleving.
Het kweekt een samenleving van afhankelijke mensen, die geen tegenslag meer aankunnen.
Regels moeten de leegte vullen die autonomie en zelfbeschikking hebben achtergelaten.
Meer regels. Strakkere regels.
Regels die iedereen in het gareel houden, maar niemand werkelijk helpen.
Zo groeien niet langer de mensen,
maar groeit alleen nog de overheid.
Er is geen enkel socialistisch land dat bloeit.
Geen enkel.
Want een samenleving zonder sterke, zelfstandig denkende individuen
is niets meer dan een kudde die wacht op haar herder.
Dit schilderij, Hooibergen: herfst van Jean-François Millet, maakt deel uit van de Open Access-collectie van het Metropolitan Museum of Art in New York.
Het volgende fragment in Curlingkinderen laat zien wat er gebeurt als regels belangrijker worden dan mensen:
De nucleaire oorlog kon hun verschillen niet verzoenen. Integendeel. Gwyn zag in Roel haar aartsvijand, de belichaming van al het kwaad dat haar volk was aangedaan. Een plattelandsdominee die de Gouden Eeuw weer in al haar glorie wilde herstellen, met de man aan het roer, de vrouw in de keuken en de zwarte zwoegend op het land.
Ik heb Gladys zo vaak gewaarschuwd, maar hen wilde het gevaar niet zien. Hen was te druk bezig met die Gerard die hen volledig had ingepalmd.
Gwyn wachtte niet rustig af. Ze verzamelde zoveel mogelijk mensen om zich heen en toen de koepel af was en de witte mannen zoals verwacht de macht naar zich toetrokken, greep Gwyn in. De meeste witte mannen waren compleet overrompeld en er was vrijwel geen weerstand.
Een smalend lachje vormt zich om Gwyns lippen als ze terugdenkt aan dat moment.
Ze waren allang verleerd om voor zichzelf op te komen. Wel zo makkelijk.
(…)
Toen het Gwyn duidelijk werd dat witte mannen nooit een groot gevaar voor de Vrije Naties zouden vormen, verlegde ze haar aandacht naar haar eigen volk. De teugels werden aangetrokken, het onderwijs zo ingericht dat kinderen niet te nieuwsgierig of creatief werden en een levenspad zo uitgekristalliseerd dat iedereen te allen tijde vertrouwd en voorspelbaar in zijn eigen veilige omgeving kon blijven. Dat laatste had als bijkomend voordeel dat niemand ongewenste ideeën kreeg om zijn eigen levenspad te verbeteren. Het was helaas ook het begin van de frictie met Gladys die vond dat er levende zombies werden gekweekt.
“Je doodt alles wat uniek en mooi is aan mensen, Gwyn. Je hebt tegenslag nodig om emotionele spieren te kweken. Wat je nu doet, is mensen veroordelen tot een eeuwige babytijd!”
Maar Gladys begreep het niet. Elk rijk op aarde dat is opgekomen is uiteindelijk aan interne strijd ten onder gegaan. Uit elkaar gerukt door mensen die allemaal een andere kant op wilden.
De enige manier om dat te voorkomen, is te zorgen dat alle neuzen dezelfde kant op staan, zonder uitzondering.
En Gwyn is niet van plan om de samenleving, die zij in de laatste drieëntwintig jaar zo zorgvuldig heeft gecultiveerd, te laten vernietigen.
Bent u het eens met mijn werk? Dan zou ik het geweldig vinden als u mij helpt een groter publiek te bereiken door mijn artikelen te delen. Wilt u mijn initiatief steunen, koop dan vooral mijn boek Curlingkinderen en steun mijn missie om zoveel mogelijk mensen te inspireren de regie over hun leven weer in eigen hand te nemen!



