“Propaganda hoeft niet onjuist te zijn. Het is genoeg om te bepalen wat je wél te zien krijgt en de rest achterwege te laten.”
We willen graag geloven dat wij de waarheid in pacht hebben en de ander verkeerd is geïnformeerd. Maar de werkelijkheid is zelden zo simpel. Met een beetje vindingrijkheid kan elk feit op meerdere manieren worden uitgelegd. Het hangt er maar net vanaf hoe je iets interpreteert, met welke context en achtergrond, wat jouw waarden en overtuigingen zijn en hoe jouw hersenen informatie filteren en opslaan.
Twee mensen kunnen op basis van dezelfde feiten tot compleet tegenovergestelde conclusies komen, puur omdat ze andere overtuigingen aanhangen. Vroeger noemden we dat een gezonde uitwisseling van ideeën. Tegenwoordig heet het desinformatie. Of nog erger: ondermijning.
We denken graag dat we rationeel zijn. Dat we op basis van feiten onze mening vormen. Maar zo werkt het niet. Wat we zien, horen en lezen is zelden neutraal. Alles krijgt betekenis door de manier waarop het wordt gepresenteerd. Door wat wordt uitgelicht en wat wordt weggelaten. Door woorden slim te kiezen en door te spelen met de context.
Propaganda liegt zelden. Dat hoeft ook niet. Het bereikt zijn doel door te sturen en te duwen. Door de werkelijkheid in hapklare brokken op te delen en met het gewenste narratief op te dienen. Door vervolgens dat narratief eindeloos te herhalen, wordt het voor de meeste mensen vanzelf werkelijkheid. Na een tijdje hoor je dan ook geen feiten meer; je hoort alleen nog wie 'goed' is en wie 'fout'. Wat de waarheid is en wat een leugen. Stel je een vraag, krijg je vaker een verwijt terug dan een antwoord.
Door het narratief heen proberen te prikken met feiten, nuance of een ander perspectief is in dit stadium zelden nog effectief. Propaganda leunt namelijk niet op feiten, maar op geloof. En zodra dat geloof samenvloeit met iemands persoonlijke overtuigingen, is er geen waarheid meer tegen opgewassen.
Zo gaan mensen standpunten verdedigen die haaks staan op hun eigen belangen. Zo worden samenlevingen opgezweept in zinloze oorlogen. Tegen de tijd dat het volledige plaatje zichtbaar wordt, marcheren de troepen al en is er bijna geen weg meer terug.
Wie zich daartegen uitspreekt, krijgt vaker woede dan weerwoord. Laat staan argumentatie. Families vallen uit elkaar, vriendschappen worden verbroken, buurten raken ontwricht. Je hebt geen oorlog nodig om een land kapot te maken. Zorgvuldig gecultiveerde propaganda richt veel meer schade aan.
Benieuwd waar dit toe leidt? Hieronder een fragment uit hoofdstuk 5 van Curlingkinderen. Abonneer je gratis voor meer fragmenten, inzichten en scherpe analyses!
“En nu stil, je hebt je antwoord gehad. Aan het werk en zorg maar dat het systeem het weer gaat doen, anders loopt het slecht met je af.”
De jonge agent kruist zijn armen over elkaar en kijkt weer strak voor zich uit. Joris voelt de boosheid van de agent op hem afstralen. De oudere agent kijkt onthutst naar zijn jongere collega, alvorens ook hij weer in de houding gaat staan, maar niet voordat hij Joris met zijn wapenstok terug naar zijn scherm heeft gedirigeerd. Langzaam draait Joris zich weer om. Zijn hersenen malen.
Roel heeft gelijk. Deze mensen zijn zo overtuigd dat wij kwaadaardig zijn, dat zij zich tot het uiterste zullen verzetten als wij de Vrije Naties overnemen.
Maar het viel hem ook op hoe geforceerd het antwoord van de ACID-agent was. Hij dreunde een tekst op alsof deze was ingestudeerd, niet dat kennis en ervaring hem tot die overtuiging hadden gebracht. Roel heeft altijd gezegd dat de haat tegen witte mannen er in de Vrije Naties met de paplepel wordt ingegoten. En ook het gemopper van zijn opa, dat de informatievoorziening in de Vrije Naties wel heel erg eenzijdig was, staat hem nog levendig bij.
“Onwetendheid is een sterk pantser tegen waarheidsvinding,” zei hij dan. “De makkelijkste manier om een bevolking onder controle te houden, is door te sturen op hun informatievoorziening. Men gelooft wat men ziet, leest en hoort en handelt daarnaar. Je hebt een sterk wapen nodig om dat pantser te doorbreken, jongen. Feiten alleen zijn niet genoeg.”
Joris begreep nooit echt wat opa daarmee bedoelde, tot hij er zojuist voor het eerst zelf mee werd geconfronteerd. Opa heeft hem altijd gestimuleerd om zelf zijn informatie te verzamelen en zijn eigen mening te vormen ‘want anders kom je al snel in een echokamer terecht.’
Maar wat als dat niet zo is? Wat als je alleen maar aangereikt krijgt, wat andere mensen willen dat je gelooft?
Met een ruk gaat hij rechtop zitten en slaakt een kreet.
Dan denk je alleen wat andere mensen willen dat je denkt!
Joris ziet in een keer glashelder wat de oplossing is en begint als een razende te typen. Achter hem wisselen de twee agenten een blik van verstandhouding uit, maar Joris ziet en hoort niets meer. In zijn hoofd begint een idee te vormen.
Hoe zouden de inwoners van de Vrije Naties reageren op een ander geluid?
Bent u het eens met mijn werk? Dan zou ik het geweldig vinden als u mij helpt een groter publiek te bereiken door mijn artikelen te delen. Wilt u mijn initiatief steunen, koop dan vooral mijn boek Curlingkinderen en steun mijn missie om zoveel mogelijk mensen te inspireren de regie over hun leven weer in eigen hand te nemen!



